Uitkering Aanvragen

Alles over het aanvragen van een uitkering

Nabestaanden uitkering

Als weduwe of weduwnaar komt u in aanmerking voor een Anw-uitkering als: de overledene op de datum van overlijden verzekerd was voor de Anw, en u jonger bent dan 65 jaar, en op de dag van overlijden één van de volgende bepalingen voor u gelden: u voór 1950 bent geboren, óf u een ongehuwd kind verzorgt onder de 18 jaar dat niet tot het huishouden van een ander behoort (Als u één of meer kinderen verzorgt van wie één ouder is overleden (halfwezen) heeft u bovendien recht op een halfwezenuitkering), óf u voor tenminste 45% arbeidsongeschikt bent.

Gezamenlijk huishouden

U hoeft niet getrouwd te zijn om in aanmerking te komen voor een nabestaandenuitkering. Elke nabestaande die met een vaste partner een gezamenlijk huishouden voerde op het moment van het overlijden, heeft recht een uitkering. Dat geldt dus voor ongehuwd samenwonenden – ongeacht of ze van hetzelfde geslacht zijn – en ook voor broers en zussen. Als er maar sprake is van een gezamenlijke huishouding. Het kenmerk daarvan is dat twee volwassenen elkaar wederzijds verzorgen op een gezamenlijk adres. Aldus de nabestaanden uitkering.

Zelf leren beleggen?
Amper 100 euro volstaat om te leren beleggen!
KLIK HIER

Gescheiden

Ook als uw ex-huwelijkspartner overlijdt, kunt u recht hebben op een uitkering. Voorwaarde is wel dat u alimentatie kreeg. De uitkering is nooit hoger dan het bedrag aan alimentatie dat de overledene verschuldigd was. Om in aanmerking te komen voor een uitkering gelden dezelfde voorwaarden als voor andere nabestaanden.

Beëindiging van de Anw-uitkering

Het recht op een nabestaandenuitkering vervalt bij een huwelijk, geregistreerd partnerschap of wanneer u gaat samenwonen. Bij verbreking van de samenwoning binnen zes maanden kunt u weer terugvallen op de nabestaandenuitkering. De nabestaandenuitkering eindigt in elk geval bij 65 jaar.
De uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) bedraagt maximaal 70% van het netto minimumloon. Nabestaanden die een halfwees onder de 18 jaar verzorgen, krijgen bovendien een inkomensonafhankelijke uitkering van 20% van het netto minimumloon.

De hoogte van de Anw-uitkering is afhankelijk van uw inkomen. Inkomen in verband met arbeid (sociale uitkeringen) wordt er geheel van afgetrokken. Van inkomen uit arbeid (loon, winst, VUT, vervroegd pensioen of een bovenwettelijke uitkering) blijft een deel buiten beschouwing (50% van het minimumloon plus een derde deel van het meerdere). Nabestaanden die onder het overgangsrecht vallen en vroeger een AWW-uitkering ontvingen, krijgen, indien na deze inkomenstoets een lager uitkeringsbedrag overblijft, in ieder geval een bodemuitkering van 30% van het bruto minimumloon.

De halfwezenuitkering

Verzorgt u als overgebleven ouder in uw huishouden één of meer kinderen jonger dan 18 jaar, dan heeft u recht op een halfwezenuitkering.
De halfwezenuitkering is niet afhankelijk van uw inkomen. Hoeveel kinderen u verzorgt maakt voor de hoogte van de uitkering niet uit.
Wanneer u hertrouwt of gaat samenwonen, loopt de uitkering gewoon door. U heeft ook recht op de uitkering als u gescheiden was van de overleden ouder of daar niet mee samenwoonde.

Meer: Uitkering - - - - .